Regelmatig maak ik een proefmodel voor een naaiproject. Inmiddels heb ik dat zo vaak gedaan dat ik wel het een en ander heb geleerd over het proces en mijn favoriete manieren heb gevonden. Wel een kleine disclaimer: ik heb voornamelijk mezelf leren naaien, dus dit is ongetwijfeld niet de manier zoals je het op de coupeuse-opleiding leert.

Wat is een proefmodel?

Een proefmodel wordt omschreven als een “versie van een kledingstuk gemaakt door een modeontwerper of kleermaker om een patroon te testen”. Ze worden meestal gemaakt van goedkope stof. In Engeland/Australië wordt de term “toile” gebruikt en in Amerika spreken ze ook wel van “muslins”.

Soms kom je de term “wearable toile” wel eens tegen. Dat is een proefmodel die zo goed/mooi bleek uit te pakken dat hij ook echt draagbaar is. Maar meestal worden ze niet gedragen. Ik draag de mijne zeker niet, want ik maak ze meestal van oude dekbedovertrekken! Een grote uitzondering hierop is dit geruite zomerjurkje.

Vaak worden proefmodellen gemaakt van ongebleekte katoen. Bij het maken van een proefmodel kun je het beste een stof kiezen die veel op de ‘echte’ stof lijkt qua eigenschappen. Dus als je bijvoorbeeld een tricot kledingstuk maakt, gebruik dan een goedkope tricot voor je proefmodel.

Wanneer maak ik een proefmodel?

Ik maak meestal een proefmodel wanneer het kledingstuk aan een of meerdere van deze criteria voldoet:

  • Ik heb het patroon nog nooit eerder gemaakt,
  • Het patroon is voor een geweven stof (zonder rek, dus),
  • De pasvorm komt (heel) precies,
  • De ‘echte’ stof is superduur

Voor patronen van gebreide (dus wel rekkende) stof, leg ik vaak een soortgelijk kledingstuk op de patroondelen om te kijken of het overeenkomt. Dan zie je al vaak of het veel te klein is, of dat je er in zwemt. In mijn geval kan ik het patroon standaard een stuk in de lengte aanpassen, omdat ik niet zo groot ben. Omdat de stof met je lichaam meerekt, komt het meestal wel goed met de pasvorm.

Ik vind het ook fijn dat je je patroon dan alvast kunt ‘oefenen’. Het in elkaar zetten van het ‘echte’ kledingstuk gaat zo een stuk sneller. En omdat je moeilijke stukjes al een keer hebt gedaan, heb je minder kans dat het misgaat.

Hoe kun je snel een proefmodel maken?

Niemand wil natuurlijk veel tijd besteden aan een proefmodel dat je toch niet gaat dragen. Dit zijn mijn manieren om het proces te versnellen:

  • Kortere mouwen. Als je voornamelijk wilt weten hoe een bovenstuk past, kun je het laatste stukje van de mouwen prima achterwege laten.
  • Kortere rok, of ik maak voor een jurk alleen het lijfje.
  • Dichtspelden in plaats van een rits of knopen inzetten.
  • Details aan de binnenkant weglaten, zoals zakken in de zijnaad of een beleg.
  • Details aan de buitenkant weglaten, zoals manchetten of een kraag.
  • Ik leg de stof niet recht van draad, maar gewoon zoals het het snelste gaat. Scheelt een hoop tijd!
  • Ik gebruik steekbreedte 4 (dat is de breedste op mijn naaimachine). Het naaien gaat sneller maar je kunt het ook makkelijker weer uit elkaar halen om het aan te passen
  • Geen naden afwerken.
  • Ik kras/teken lekker op de stof om de aanpassingen aan te duiden. Ik schrijf er ook op wat bijvoorbeeld het voor of achterpand is als het moeilijk met het blote oog te zien is.

Waar let ik op?

Wanneer het proefmodel af is, trek ik mijn dekbed-creatie aan en let ik op de volgende punten:

  • De pasvorm. Rimpels of horizontale/verticale lijnen duiden er op dat de pasvorm niet correct is. En kun je er wel in ademen, of zit het veel te strak?
  • Kan ik er lekker in bewegen? Het is fijn als een broek mooi valt als ik sta, maar ik moet er ook in kunnen zitten! Mijn armen goed kunnen bewegen is ook wel erg fijn ;)
  • Of de lengte van de mouwen wel lang genoeg is. Hetzelfde geldt voor de zoom van een rok of jurk. Meestal vergelijk ik het papieren patroon gewoon met een kledingstuk wat voor mij perfect is qua lengte.
  • Positionering van de zakken (zakken die aan de buitenkant van het kledingstuk genaaid worden)
  • Diepte van het decolleté. Is er flash-gevaar of is het allemaal proper. Of misschien te proper?

Dit zijn mijn tips voor het maken van een proefmodel. Heb jij ook nog tips voor mij? Ik hoor het graag!