Zo’n tien jaar lang zette ik me in voor het promoten van Japanse muziek in het ‘westen’. In Nederland door middel van mijn eigen bedrijfje JRock NL, waarmee we onder andere concerten organiseerden, maar vooral ook internationaal met de website JaME – Japanese Music Entertainment.

Zodra ik vertel over mijn interesse in Japan en vooral de muziek die daar gemaakt wordt, krijg ik vaak de vraag: “ben je er ook geweest dan?” En ja, maar liefst vier keer (ha, opschepper ben ik he!). De eerste twee keer was het voor vakantie en rondreizen. De laatste twee keer werd ik uitgenodigd om een conferentie over Japanse muziek te bezoeken, en plakte ik er nog een weekje aan vast om vakantie te houden in Tokyo.

Ook al ben ik nu niet meer actief in de Japanse muziekwereld, het land heeft nog steeds een speciale betekenis voor me. De verschillen tussen hypermodern en supertraditioneel zijn zo enorm. Hoe zelfs de kleinste dingen in het dagelijks leven zo anders zijn dan bij ons, fascineert me. In Japan spreekt bijna niemand Engels (na Noord-Korea spreken Japanners het minste Engels van Azië). Je bent zelf eigenlijk al een soort van bezienswaardigheid voor de Japanners omdat ze niet zo vaak blanke mensen tegenkomen. Da’s niet altijd leuk, want het is naar om gediscrimineerd te worden (weet ik ook hoe dat voelt). Toch heb ik me altijd prima op m’n gemak gevonden, zelfs toen ik alleen rondreisde.

De laatste tijd sprak ik weer met wat vrienden die nog wel een sterke band met Japan hebben en ook op korte termijn (weer) naar toe gaan, en toen ben ik in mijn blogarchief gedoken met mijn reisverslagen. En daaruit kwamen vijf plaatsen in Japan die ik erg indrukwekkend vond. Ik vind het zelf zonde om maar in een stad te blijven wanneer je zo’n eind hebt gevlogen, en met de Japan Railpass reis je vrij voordelig, en supersnel door het hele land.

Overigens vind ik Japan-Guide.com de allerbeste website om je reis mee te plannen.

Tokyo

Je reis begint hoogstwaarschijnlijk in Tokyo, en is natuurlijk een metropool die je niet over moet slaan. Helaas ben ik vrij nutteloos wat betreft tips voor Tokyo. Daar hing ik vooral (letterlijk) uren met m’n neus in de CD-kasten van de tweedehands sectie van (Japanse ‘mint’ conditie is gewoon ‘nieuw’) Recofan en Book-off. Ik sprak af met vrienden, ging veel naar concerten en nam af en toe een interview af. Ik ging naar de heerlijke koffiezaakjes zoals Tully’s en at curry met korokke bij CoCo’s, m’n favoriete curryrestaurant waarbij de ‘mild’ curry me nog aan het huilen maakte. Ook ging ik langs warenhuizen zoals Loft en Tokyu Hands on leuke stationary in te slaan. In Kabukicho verbaasde ik me altijd over het hosts-fenomeen (zijn ze er nog?) en belande ik in huiskamerachtige barretjes van ouwe rocksterren met m’n vriendinnen.

Yakushima

Yakushima

Yakushima is een klein eilandje in het zuiden van Japan. Het is de allermooiste plek waar ik ooit ben geweest. Het eiland is begroeid met enorme bossen met oeroude, gigantisch grote cederbomen. Daarnaast heb je talloze watervallen en mooie strandjes met natuurlijke bronnen. Er lopen tamme hertjes rond en ook aapjes die niet bang lijken te zijn van mensen.

De bossen zijn prachtig om te hiken, al moet je wel rekening houden met een hoop geklim en geklauter. De bodem is bedekt met boomwortels, mos en stukken rots. Het heeft een geweldige sfeer (vooral als je zoals ik je eentje bent) en het voelt bijna magisch om daar te zijn. Doordat het erg zuidelijk ligt, heerst er bijna een tropisch klimaat. Toen ik er in december was, was het ongeveer 20 graden.

De mensen zijn ook ontzettend aardig. Zo vergat ik mijn portemonnee met daarin 20.000 yen, zo’n 200 euro in de bus. Ik kreeg hem terug dankzij de hulp van eilandbewoners, ook al sprak ik amper Japans en zij geen Engels.

Miyajima

Miyajima

Dit eiland en de rode torii (toegangspoort) in het water is een van de bekendste gezichten van Japan. Op het eiland kun je de shrine bezoeken, die ook op het water is gebouwd. Er lopen ook tamme hertjes rond, die zo brutaal zijn dat ze je eten proberen op te eten. Of, als dat niet lukt, een hapje van je kleding proberen te nemen.

Je kunt op het eiland te voet of met de kabelbaan naar de hoogste top gaan, mount Miso, voor een mooi uitzicht over de hele baai. Daarnaast zijn er nog een aantal andere gebouwen, zoals een tempel en een geschiedenismuseum. Het merendeel van de bezoekers komt echter om de tori met eigen ogen te zien. De ferry naar het eiland valt onder de Japan Rail Pass, dus je hebt geen extra kosten om het eiland te bereiken.

Hiroshima

Hiroshima

Niet ver van Miyajima bevindt zich Hiroshima. Deze stad kennen we vooral kennen van de atoombom die daar in 1945 op werd gedropt. In de stad vind je de ‘A-bomb dome’, een gebouw wat precies zo is blijven sta nadat de bom viel, en vlakbij is het Peace Memorial Museum. Het is een enorm indrukwekkend museum over alles wat met de bom te maken heeft. Het viel me in het museum vooral op dat ik eigenlijk alleen maar de ‘Europese’ kant van de tweede wereldoorlog kende, maar amper het verhaal van Japan. De hele geschiedenis wordt in het museum uitgelegd, en ook de verschrikkelijke gevolgen die de bom heeft gehad, waar men tot op de dag van vandaag nog mee te kampen heeft.

Het hele gebied rondom het museum is na de bom veranderd in een park, ook al dacht men in eerste instantie dat het gebied nooit meer leefbaar zou zijn. Ik vond dat er een erg vreemde sfeer heerste, maar natuurlijk was ik een beetje spooked na al die verhalen.

Verder vond ik Hiroshima niet zo’n heel interessante stad, al kan ik me herinneren dat er grappige houten trammetjes rijden, en dat ik lunchte in een grappig cafeetje met als thema The Beatles. Ik zou ongeveer een halve dag uittrekken om het Peace Memorial Museum te bezoeken, en het misschien combineren met een bezoekje aan Miyajima.

Koyasan

koyasan

Mount Koya ligt in de Wakayama prefectuur en is prima te bereiken met een dagtripje vanuit Osaka. Het ligt op het platteland en tijdens de rit er naar toe worden de dorpen steeds kleiner. Het enkele spoortje gaat een heel stuk door een bosrijk gebied. Toen ik de trein nam, werd er halverwege zelfs een rookpauze ingelast waarbij de rokers even uitstapten. Na de trein neem je de kabelbaan nog hoger de berg op, en beland je in het dorp.

In het dorp vind je verschillende tempels, aangezien het dorp het middelpunt was (of is) van het Shingon boeddhisme. Het allermooiste is de uitgestrekte begraafplaats die je naar het mausoleum van Kobo Daishi leidt. Je wandelt zo’n twee kilometer lang naar het mausoleum, met aan weerskanten ontzettend veel grafstenen. Het is in een bosrijke omgeving, waardoor ze in de schaduw liggen, en veel ervan zijn overdekt met bos. Het is een superspirituele plaats met een heel bijzondere sfeer.